Plus Magazine februari 2012


Dus ik mag volop bewegen?

17 vragen over een rughernia
 
Het advies bij een rughernia was altijd: zes weken plat. Tegenwoordig raden dokters je juist aan te blijven
bewegen. Waar is dat goed voor? En kun je je nu beter wel of niet snel laten opereren?
 
1. Vroeger moest je met een rughernia plat liggen, nu moet je juist bewegen. Hoe zit dat? 
Dokters hebben lang gedacht dat rust het genezingsproces versnelde. Je belast de wervels dan immers niet.
Inmiddels weten ze dat het tegenovergestelde waar is; beweging houdt je soepel en zorgt dat het lichaam de
hernia sneller zelf opruimt. Voor zover je als herniapatiënt kunt bewegen natuurlijk, want soms maakt de pijn
dat simpelweg onmogelijk. Mensen met een hernia zijn vaak bang dat ze de schade verergeren door te bewegen, maar die zorg is onterecht. Een ander misverstand is dat je per se rechtop moet lopen met een hernia. Je kunt het beste de houding aannemen die het minst pijnlijk is.
 
2. Wat is een rughernia?
Een uitstulping van een tussenwervelschijf die op een zenuw drukt. De wervelkolom bestaat van boven naar beneden uit zeven nekwervels, twaalf borstwervels en vijf lendenwervels. Ze zijn verbonden met tussenwervelschijven: stevige scharnieren met een zachte kern. Met het ouder worden drogen de tussenwervelschijven steeds verder uit, waardoor er barstjes in komen en het omhulsel mogelijk scheurt. Dat kan ook gebeuren bij een ongeval of door overbelasting. De zachte kern van de tussenwervelschijf puilt dan uit en kan op een van de twee zenuwen drukken die zich hier bevinden, met vaak ernstige pijnklachten tot gevolg.
 
3. Waar zit de pijn precies?
Niet alle patiënten met een rughernia hebben pijnklachten; het hangt er maar net van af waar de uitstulping zit. Als die op een zenuw drukt, is de pijn meestal heftig. Veel herniapatiënten hebben pijn in de onderrug, die uitstraalt naar één been (aan de kant waar de zenuw bekneld zit).
 
4. Krijgen vooral oudere mensen een hernia?
De gemiddelde leeftijd voor een hernia is 40 jaar. Met het ouder worden verdrogen de tussenwervelschijven namelijk en zakken in elkaar. Dat betekent dat er niets meer kan uitpuilen. Vandaar dat een hernia zonder andere problemen boven de 70 jaar zo goed als nooit voorkomt. Wel krijgen 50-plussers vaak last van stenose, al dan niet in combinatie met een (kleine) hernia. Stenose is een vernauwing van het wervelkanaal. Gedurende het leven slijt de hele wervelkolom (artrose). Als reactie daarop gaat het wervelbot woekeren en wordt het dikker. Ruggenmerg en zenuwen kunnen dan in de verdrukking komen. Stenose geeft klachten die vergelijkbaar zijn met die van een rughernia.
 
5. Wat is eraan te doen?
Er twee opties: afwachten of opereren. In 80 procent van de gevallen ruimt het lichaam de uitstulping van de tussenwervelschijf zelf op. Dat betekent dat de druk – en de pijn – na verloop van tijd vanzelf minder wordt. In de tussentijd helpen pijnstillers en bepaalde fysiotherapie-oefeningen. Bij acht op de honderd patiënten helpt wachten niet. Zonder operatie komen zij waarschijnlijk niet van de pijn af. Vandaar dat in de nieuwste richtlijn staat dat herniapatiënten na achttien weken een operatie moet worden aangeboden. Soms is de pijn zelfs met pijnstillers vóór die achttien weken echter zo ondraaglijk dat patiënten niet langer kunnen of willen wachten. In dat geval wordt al na zes tot acht weken geopereerd. Overigens hangt het van de soort pijn af of een operatie zinvol is. Beenpijn is met een ingreep bijna altijd goed te verhelpen. Rugpijn veroorzaakt door een hernia slechts in beperkte mate. De klachten als gevolg van stenose gaan minder vaak vanzelf over. Daar moet vaker een operatie aan te pas komen.
 
6. Lijden veel mensen aan een hernia?
Naar schatting hebben jaarlijks 75.000 Nederlanders er last van.
 
7. Is een hernia erfelijk?
Nee.
 
8. Kun je het voorkomen?
In de meeste gevallen is een hernia (of stenose) het gevolg van natuurlijke slijtage van de tussenwervelschijven. Daar kun je dus niets aan doen. Zwaar lichamelijk werk vergroot het risico op een hernia wel.
 
9. Hoe wordt een hernia vastgesteld?
Met een CT-scan of een MRI-scan. Daarop is te zien of er een tussenwervel uitpuilt, en of er sprake is van een vernauwing van het wervelkanaal die op stenose wijst. 

10. Waarom bieden pijnstillers bij een hernia niet altijd verlichting?
Omdat artsen nog steeds niet goed weten hoe zenuwpijn werkt, en dus ook niet hoe je die moet blokkeren. In de meeste gevallen helpt een sterke pijnstiller als morfine in ieder geval een beetje, maar er zijn ook mensen bij wie niets werkt.
 
11. Hoeveel patiënten kiezen voor een operatie?
Jaarlijks zo’n 9000, 12 procent van het totaal. Voor het resultaat maakt het niet uit; een jaar na het begin van de klachten zijn evenveel geopereerde als niet-geopereerde herniapatiënten pijnvrij. Operatiepatiënten zijn wel gemiddeld twee keer sneller van hun klachten af. Daarnaast worden er ieder jaar 7000 mensen aan een stenose (al dan niet in combinatie met een hernia) geopereerd. Het aantal herniaoperaties is de laatste jaren stabiel, het aantal stenose-operaties stijgt snel. Dat komt doordat het aantal 50-plussers toeneemt, die bovendien langer actief willen blijven.
 
12. Hoe gaat zo'n operatie?
Bij de klassieke techniek maakt de chirurg een sneetje van ongeveer vijf centimeter in de rug, precies boven de hernia. Nadat ruimte is gemaakt door de rugspieren opzij te schuiven, worden de uitstulping en het versleten binnenste deel van de tussenwervelschijf verwijderd. Dit om de kans op een nieuwe hernia zo klein mogelijk te maken. De operatie wordt onder regionale verdoving of onder algehele narcose uitgevoerd, afhankelijk van de voorkeur van chirurg en patiënt. De ziekenhuisopname duurt gemiddeld drie dagen. Een andere techniek is de micro-endoscopische herniaoperatie (MED), ook wel de 'buisjesmethode' genoemd. Daarbij wordt een dun buisje door de rugspieren naar beneden geleid tot aan de hernia. Met behulp van een microscoop en aangepaste instrumenten wordt de uitstulping via het buisje weggehaald. In de jaren negentig maakte deze techniek furore omdat zij minder schade zou geven en patiënten daardoor sneller zouden herstellen. Uit recent Nederlands onderzoek blijkt dat echter niet het geval te zijn. Een jaar na een klassieke operatie was 79 procent van de patiënten goed hersteld. Bij de sleutelgatoperatie was dat maar 69 procent, vermoedelijk omdat de chirurg daarbij minder goed ziet wat hij doet. Zowel de klassieke herniaoperatie als de buisjesoperatie wordt uitgevoerd door neurochirurgen en orthopedisch chirurgen. Een stenose-operatie is vergelijkbaar met een klassieke herniaoperatie. Maar hierbij is de wond iets groter en moet (meer) bot worden verwijderd; dat maak de operatie ingrijpender.
 
13. Is er kans op complicaties?
Zo'n 1 procent. Er kan een nabloeding of ontsteking ontstaan. Blaasontsteking en trombose (aderverstopping) komen voor. Bij beschadiging van het ruggenmergvlies kan tijdelijk hoofdpijn voorkomen bij rechtop zitten. En als de zenuwen naar blaas en darmen beschadigd raken, bestaat het risico op incontinentie.
 
14. Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?
Het gebruik van een implantaat bij stenosepatiënten. Het gaat om een soort hulpstukje dat tussen de aangetaste wervels wordt geplaatst. Het implantaat creëert extra ruimte tussen de wervels, waardoor de druk op de zenuwen – en daarmee de pijn – afneemt. Naar verwachting neemt het gebruik van deze techniek de komende jaren snel toe, vooral omdat het aantal 50-plussers met stenoseklachten snel stijgt.
 
15. Hoe weet je bij wie je het beste voor een operatie terecht kunt?
Volgens een onderzoek van de Consumentenbond in het voorjaar van 2011 zijn de topziekenhuizen voor een herniaoperatie: het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond, Deurne en Gemert, het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn, het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch, het Martini Ziekenhuis in Groningen, het Medisch Centrum Haaglanden in ’s-Gravenhage en het Viecuri Medisch Centrum in Venlo. In het algemeen geldt: hoe vaker een chirurg een operatie uitvoert, hoe beter hij erin wordt. Er is geen officiële richtlijn, maar 50 operaties aan de wervelkolom per jaar is wel het minimum. Schroom niet een arts naar zijn ervaring te vragen. De Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen waarschuwt herniapatiënten zich niet te snel te laten opereren. Je zet het mes in een lichaam dat waarschijnlijk ook zichzelf kan genezen. Bovendien is er altijd kans op complicaties. Het herstellen van een operatie kost óók tijd. Meestal kunnen patiënten twee weken na de operatie voorzichtig aan het werk en zijn ze na zes weken helemaal hersteld. In die periode was de hernia in veel gevallen ook op natuurlijke wijze genezen. Daar staat tegenover dat je met een operatie sneller van de pijn af bent.
 
16. Klopt het dat artsen in België en Duitsland sneller opereren?
In België wordt zelfs vier keer zo vaak aan een hernia geopereerd als hier, vermoedelijk omdat chirurgen eerder op het operatieverzoek van een patiënt ingaan. Vandaar dat veel Nederlandse herniapatiënten naar België gaan. Maar als de eigen dokter een ingreep afraadt, is daar meestal een goede reden voor. Bijvoorbeeld omdat de hernia vooral rugpijn geeft. Die is met een operatie zelden te verhelpen. Het kan de klachten zelfs verergeren. In Duitsland en België word je misschien lekker snel geholpen, maar ook in Nederland zijn nauwelijks wachtlijsten meer en kun je bijna altijd binnen twee à drie weken terecht.
 
17. Komen herniapatiënten helemaal van hun pijn af?
Na twee jaar heeft 20 procent nog altijd klachten, zowel in de groep die zich heeft laten opereren als in de groep die dat niet heeft gedaan. Soms lukt het niet de oorzaak van de pijn weg te nemen. Of de hersenzone die pijn verwerkt is zo gestimuleerd dat die niet meer overgaat, zelfs niet als de aanleiding verdwijnt. Dokters hebben sinds kort aandacht voor deze groep, bijvoorbeeld met psychische begeleiding. Misschien moeten deze patiënten ook een drastischer operatie ondergaan, waarbij een tussenwervelschijf wordt verwijderd. Daar wordt nog verder onderzoek naar gedaan.
 
Met medewerking van prof. dr. Wilco Peul, hoogleraar, neurochirurg en afdelingshoofd in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Medisch Centrum Haaglanden. Hij is gespecialiseerd in wervelkolomchirurgie en hoofdonderzoeker van de Leiden-The Hague Spine-Intervention-Prognostic-Study (SIPS) Group.

Bron: Plus Magazine februari 2012

Tekst: Marte van Santen
 
 
Bekijk ook: