AVM (bloedvatmisvorming)

Wat is een arterioveneuze malformatie?
Alle weefsels en organen in het lichaam, en dus ook de hersenen, worden van bloed voorzien. Hierbij stroomt het bloed door verschillende soorten bloedvaten. Zo wordt de heenweg, van het hart naar de hersenen toe, verzorgd door slagaderen, in de hersenen sijpelt het bloed door hele kleine haarvaatjes en uiteindelijk stroomt het bloed terug naar het hart via de aderen. Door de verschillende taak zijn slagaderen dan ook heel anders gebouwd dan aderen. Slagaderen zijn stevige buizen die een hoge druk kunnen weerstaan, terwijl de aderen slappe slangetjes zijn waar alles rustig in terugstroomt vanuit de haarvaatjes. In deze haarvaatjes worden zuurstof en voedingsstoffen aan de hersenen afgegeven en worden afvalstoffen juist opgenomen in het bloed. Bij een arterioveneuze malformatie, meestal kortweg AVM genoemd, is er een vaatkluwen gevormd op de plaats waar de haarvaatjes hadden moeten zitten. Hierdoor stroomt het bloed veel te snel door naar de aderen. Er is als het ware een kortsluiting ontstaan.      
 
 
 
 
 
 
Figuur 1 Schematische tekening van het AVM. Normale slagaders voeren het bloed aan. Dit bloed stroomt vervolgens veel te snel door het AVM (de vaatkluwen) naar de normale ader.
 
Waarom iemand een AVM krijgt is niet bekend. Waarschijnlijk is er een ‘foutje’ opgetreden in de normale ontwikkeling van de bloedvaten. Dit is in vrijwel alle gevallen niet erfelijk. Vaak wordt wel gezegd dat een AVM aangeboren is. We denken inderdaad dat het ‘foutje’ er al vanaf het begin is, maar het duurt wel een aantal jaren voordat het AVM zich heeft ontwikkeld. Ben je eenmaal volwassen, dan groeit het AVM ook niet meer. Het is dus geen tumor. De meeste AVM’s worden ontdekt tussen het 20e en 40e levensjaar.  
 
Wat voor klachten geeft een AVM?
Meestal merk je niets van een AVM. Er zijn echter verschillende manieren waarop het wel tot klachten kan leiden:
 
1. Een bloeding
Doordat het bloed veel te snel door de vaatkluwen van het AVM stroomt kunnen de vaten overbelast raken en barsten. In dat geval treedt een bloeding op binnen de schedel. In of rondom het hersenweefsel. De gevolgen van zo’n bloeding hangen af van de ernst en de plaats in de hersenen. Het meest voorkomende verschijnsel is acute ernstige hoofdpijn, maar er kunnen ook verlammingsverschijnselen optreden, bewustzijnsverlies of zelfs direct overlijden.
 
2. Epilepsie
Alle afwijkingen in de hersenen kunnen door irritatie van het omliggende hersenweefsel leiden tot epileptische aanvallen. AVM’s kunnen dit dus ook doen. Meestal is dit met medicijnen overigens goed te behandelen
 
3. Uitvalsverschijnselen
Soms treden uitvalsverschijnselen op zonder dat er een bloeding is geweest. We denken dat dit dan komt doordat zoveel bloed door het AVM wordt gesluisd dat het omliggende weefsel zuurstof tekort komt. Het AVM ‘steelt’ als het ware de zuurstof.  
 
Regelmatig worden AVM’s ontdekt zonder dat deze klachten gaf. Per toeval dus. Dit kan gebeuren als er beelden (meestal CT of MRI) worden gemaakt van het hoofd om andere redenen.  
 
Wanneer moet een AVM behandeld worden?
De belangrijkste reden om een AVM te behandelen is om een hersenbloeding te voorkomen. Of dit zinvol is hangt natuurlijk af van de kans dat zo’n bloeding optreedt. Als die kans heel klein is, dan kan het zijn dat de operatie meer risico draagt dan niets doen. In dat geval kan geadviseerd worden om niet te behandelen. Voor AVM’s die niet gebloed hebben (en bijvoorbeeld per toeval zijn ontdekt) wordt dit steeds vaker geadviseerd. Als een AVM wel gebloed heeft, dan stijgt de kans dat dit nog eens gebeurt en proberen we doorgaans wel te behandelen. Maar ook in zo’n geval kan het voorkomen dat de behandeling te riskant is en dat geadviseerd wordt om af te wachten.  
 
Hoe kan een AVM worden behandeld?
Er zijn drie technieken waarmee een AVM kan worden behandeld:
 
1. Operatie
Bij een operatie wordt de schedel geopend en wordt het AVM opgezocht en uit het hersenweefsel losgemaakt. Alle verbindingen met andere bloedvaten worden dicht gebrand en doorgeknipt, totdat de vaatkluwen los ligt en kan worden uitgenomen.                                
 
 
 
 
Figuur 2 Foto van een AVM-operatie. Er is een luik in de schedel gemaakt en de hersenvliezen zijn opengeknipt. Het oppervlak van de hersenen is hierdoor te zien. Aan de oppervlakte is de vaatkluwen van het AVM ook goed zichtbaar.     
 
2. Embolisatie
Bij een embolisatie wordt een katheter ingebracht in de slagader die naar het AVM gaat. Dit gaat op dezelfde manier als bij een angiografie (zie ook de informatie daarover). Via de katheter, in feite een heel dun plastic slangetje, wordt vervolgens een soort lijm ingespoten in het AVM. Deze lijm maakt de kortsluiting dicht. Het AVM blijft dus wel zitten maar er stroomt geen bloed meer doorheen. Hierdoor is het AVM onschadelijk gemaakt.
 
3. Bestraling
Met een speciaal soort bestralingstechniek, stereotactische bestraling genaamd, kan het AVM heel precies worden bestraald zonder het omliggende hersenweefsel te beschadigen. Dit is een éénmalige behandeling maar het duurt daarna nog wel 3 à 4 jaar voordat het AVM ook echt verdwijnt. De vaatkluwen verschrompelt als het ware door de hoge stralingsdosis.
 
Het hangt van veel factoren af welke behandeling bij een bepaalde patiënt mogelijk is. Soms kan ook voor een combinatie van deze behandelingen worden gekozen. Het doel daarbij is altijd om het AVM in zijn geheel te verwijderen of dicht te maken, zonder de hersenen te beschadigen. Als het AVM deels open blijft is de behandeling niet geslaagd want ook een klein restje kan later nog een bloeding veroorzaken.      

Datum laatste revisie van deze tekst: juli 2015.